Posts tonen met het label vrouwenlogica. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrouwenlogica. Alle posts tonen

zaterdag 10 juli 2010

Housewife


Boem. Paukenslag. Recht op mijn hersenpan. Het kwam zo hard aan dat ik er stil van werd. Daar stond ik dan, midden in de Ikea, potloodje van vijf centimeter als een dolk voor me uitgestoken, mond half open bij het besef van het onwezenlijke. Ik was veranderd in een huisvrouw. Jezusmina, was dat schrikken.

Waar is de tijd dat ik me in Karlstad of Arild installeerde om ruziënde koppels gade te slaan? Niets grappiger dan welles-nietes discussies over de grootte van de nieuwe boekenkast of de bekleding van de zetel. Althans, als jij degene bent die met zijn voeten omhoog in een nepleren bank ligt. Het gegniffel dat ik achter mijn rug hoorde opstijgen terwijl ik met volle overtuiging de wereldberoemde monoloog Je kan niet serieus menen dat je die kast bij onze vloerbekleding vindt passen stond te declameren, vond ik helemààl niet grappig.

En toch was het waar: één van mijn twee grootste angsten was werkelijkheid geworden. Nu rest me alleen nog de verwezenlijking van het evenbeeld van mijn moeder. Als een zombie heb ik me verder door de winkel laten meetronen. Ik kan alleen maar hopen dat ik bij de aanblik van mijn nieuwe woonst geen acute aanval van hysterie krijg – ik kan me de meubels die we na de kortsluiting in mijn hersenen hebben uitgekozen onmogelijk herinneren.

Nu ik enigszins bekomen ben en in de zevende fase van het verwerkingsproces aangekomen ben (na bergen chocola kwam dan toch de aanvaarding), ben ik in staat enkele kanttekeningen te maken bij het hele voorval. Eén: ik zie er best nog goed uit voor een huisvrouw. Twee: (hetero) mannen zijn niet in staat om een interieur te kiezen. Hebben ze simpelweg de capaciteiten niet voor. En dat mag wel eens aan hun gebruiksaanwijzing toegevoegd worden. Waarom mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen en Waarom mannen liegen en vrouwen schoenen kopen dekken gewoon de lading niet. Zo weten vrouwen niet waar ze aan beginnen. We krijgen al genoeg te verduren, onnodige complexen als De Gillende Ikeavrouw zijn nergens voor nodig.

Zolang de bevoegde instanties niet tot actie willen overgaan - tot mijn grote verbazing werd ik er vriendelijk op gewezen dat BHV nog steeds alle prioriteit geniet - neem ik zelf de touwtjes in handen. Die gebruiksaanwijzing komt er. Desnoods moet ik hem hoogstpersoonlijk aan het oor van elke mannelijke boreling gaan nieten. Niet enkel de potloodjes in de Ikea zullen mij dankbaar zijn.

vrijdag 10 april 2009

De pop

Het is allemaal zo snel gegaan. Het ene moment was ik hot, het volgende volledig not.

Het begon nochtans veelbelovend: de wederhelft had een geduldige shopdag. Hij vond het niet irritant dat ik die ene vest zo’n vijf keer aan- en uitgetrokken heb, hem combineerde met verschillende bloesjes en minstens zeventien keer voorbij de spiegel gelopen ben (waarvan vier verschillende spiegels, om het effect van lichtinval op de stof te kunnen inschatten), om uiteindelijk te beslissen dat mijn schouders er te breed in uitkwamen. Goedgeluimd liep hij achter me aan de volgende winkel binnen, waar het ritueel zich herhaalde. Met een ander vestje, weliswaar. Toen ik me omdraaide om zijn mening te horen over de ruches op het bloesje dat ik in mijn handen hield (zou ik er niet uitzien als een eerste communicantje?), sloeg echter de bliksem in.

Het eerste wat me opviel, was dat hij meer dan de gebruikelijke anderhalve kledingwinkelmeter van me verwijderd was. Vervolgens viel mijn oog op wat hij aan het doen was. Mijn gezichtsveld werd helemaal zwart, om vervolgens spierwit weg te trekken. Net als mijn gezicht, waarschijnlijk. De pop waar hij voor stond, droeg een leren vest en poseerde met de handen op de heupen. Met zijn wijsvinger en duim mat hij de belachelijk kleine omtrek van haar pols. Zijn blik gleed goedkeurend over haar heupen. Heupen waar onmogelijk een kind doorheen kon, maar die desalniettemin veel beter oogden dan mijn overrijpe peerexemplaren.

Niet wetend wat gedaan, draaide ik me om en probeerde ik mijn weg te vervolgen alsof ik niets gezien had. Als het me tijdens mijn klunzige pirouette (mijn gezichtsveld was nog steeds niet helemaal helder) was opgevallen dat mijn handtas zich vasthaakte in een kledingsstuk, was ik daar waarschijnlijk in geslaagd. Helaas lieten de condities me niet toe zo opmerkzaam te zijn, en dus trok ik in mijn poging me zo snel mogelijk van het doembeeld te verwijderen het hele rek kleren met me mee. Temidden van een hoop kleren en tientallen nieuwsgierige blikken, sprongen het schaamrood op mijn wangen en de tranen in mijn ogen.

De wederhelft kwam lachend op me af en begon me te helpen. Eens de schade hersteld was, keek hij me lachend aan. In slow motion zag ik zijn hand mijn richting uitkomen, op weg naar mijn onderrug. Angstvallig sprong ik achteruit. Zo snel ik kon liep ik de winkel uit, weg van zijn beoordelende ogen, het vestje, de blouse met ruches en de trut van een perfect geschapen pop die mijn zelfvertrouwen aan diggelen geslagen had.

zaterdag 28 maart 2009

Het meisje

Ze was het soort meisje dat je van meters afstand opmerkt. Mijn onbeschaamde puber van een broer zou haar een killerwijf, of anders een zalig mokkel (met langgerekte a) genoemd hebben, ik hou het liever iets beschaafder. Zijn uitroep, al dan niet gepaard gaande met een vette knipoog en/of een niet mis te verstane heupbeweging, zou het typische mannelijke jachtinstinct verwoorden. Mijn woordcombinatie, een sneer vergezeld door een minachtende blik, al dan niet gepaard gaande met een opgetrokken wenkbrauw, geeft op haar beurt uiting aan de typisch vrouwelijke jaloezie.

Ik rechtte mijn rug en zorgde ervoor dat ik pal in het gezichtsveld van mijn vriendje ging zitten. Om me heen zag ik verschillende vrouwen hetzelfde doen. Ik hield me muisstil en keek hem recht aan, geïnteresseerd knikkend bij zowat elk woord dat uit zijn mond kwam. Verschillende lotgenoten probeerden het anders. Naarmate het meisje dichterbij kwam, schuifelden sommigen op het gevaarlijke af heen en weer over hun stoel, in een poging het hele gezichtsveld van hun partner op te vullen. De vrouw aan het tafeltje naast me zag eruit alsof ze aan het aerobiccen was. Voorzichtig, mijn blik strak gefocust op zijn ogen, schoof ik wat bij haar vandaan. Het laatste wat ik kon gebruiken, was haar elleboog in mijn gezicht.

Zich maar al te goed bewust van de golf aan reacties die ze aan haar publiek ontlokte, heupwiegde het meisje veel te langzaam voorbij de tafeltjes. Sommige ongelukkigen zaten in de verkeerde richting en begrepen pas waar hun mannelijke metgezel naar aan het kijken was wanneer het te laat was. Stuk voor stuk vertrokken hun gezichten en was de rest van hun namiddag volledig verpest.

In mijn ooghoeken zag ik haar naderen. Voor zover dat nog niet het geval was, spande ik elke spier in mijn rug op en concentreerde ik me op het intussen onbegrijpelijk geworden verhaal dat mijn vriend nog steeds aan het vertellen was. De vrouw naast me had er niks beter op gevonden dan op het laatste nippertje haar vent aan zijn kraag tot halverwege het tafeltje te trekken en hem op zijn mond te kussen. Voor die last minute reddingsactie was het in mijn geval helaas te laat. Ik zag zijn blik opzij schieten en zijn wenkbrauwen omhoog gaan. Mijn rug voelde aan alsof de wervels elk moment van elkaar konden springen.
“Waarin sommige meisjes over straat durven lopen.” De afkeur droop van zijn stem. Ik beet op mijn lip en keek hem verwonderd aan, alsof ze me nog niet eerder was opgevallen. Hij keek me op zijn beurt verbaasd aan.
“Heb je weer last van je rug, schat?”

De man aan het tafeltje naast het onze grinnikte. Nu pas viel het me op dat zijn vriendin een enorme zonnebril met spiegelende glazen droeg. Of hoe vrouwen zichzelf soms vrijwillig belachelijk maken.

vrijdag 6 maart 2009

De mannen die de gas doen branden

Terwijl ik met slaapogen op mijn pantoffels sta te wankelen in de gure ochtendwind, tilt hij met veel omhaal het deksel omhoog. Onderweg naar mijn ongewassen gezicht en ongekamde haren blijven zijn ogen enkele seconden hangen bij mijn haastig in training gestoken benen. “We zullen er eens aan beginnen, juffrouw.”

“U studeert nog?”
Ik glimlach en knik, hou me voor dat het voor hem ook geen pretje moet zijn en vergeef hem het feit dat hij me om half acht uit mijn bed haalde om ons van mazout te komen voorzien.
“Ik zou ook graag studeren.” Hij trekt zijn rubberen handschoenen aan en draait de tank open. “Maar ja…” In stilte kijken we naar de enorme tankwagen, die begint te brommen. Het is te zeggen, hij kijkt. Ik probeer me te focussen. Mijn koalapyjama verwisselen voor een trainingsbroek en een trui leek me dringender dan lenzen indoen of op zoek gaan naar mijn bril. Bijgevolg ben ik half blind.
“En wat wilt u later gaan doen? Ik wilde altijd dokter worden. Mensen onderzoeken.” Of benen, klaarblijkelijk. Wanneer hij merkt dat ik hem in de gaten heb, kijkt hij snel de andere kant uit. Opnieuw kijken we in stilte naar de straat, waar het gevaarte geparkeerd staat.
“Hij is vol, kijk maar.” Ik aarzel. Ten eerste moet ik zowat op zijn schoot gaan zitten om in de tank te kunnen kijken. Ten tweede ben ik er zo goed als zeker van dat mijn bijziendheid me niet zal toelaten de inhoud van de tank te kunnen zien.
“Ik zal even opzij gaan.” Het is een begin. Op mijn pantoffels schuifel ik dichterbij en buig ik me voorzichtig voorover, me concentrerend op de hoek die mijn rug en mijn benen daarbij maken. Het laatste wat ik wil, is hem een panoramisch zicht op mijn kont bieden. Wanneer ik, balancerend op de toppen van mijn tenen om bovenvermelde hoek zo stomp mogelijk te houden, boven de opening van de tank hang, zie ik in eerste instantie helemaal niets. Subtiel beweeg ik mijn hoofd wat naar links en naar rechts. Nog steeds niets. Tenslotte knijp ik mijn ogen tot spleetjes, waardoor ik eindelijk iets zie dat op vloeistof lijkt.

“Oh, u ziet niet goed.” Ik schrik van zijn stem, die van veel dichterbij komt dan ik me had voorgesteld en ga snel terug gewoon staan.
“Nee, ik had de tijd niet om mijn lenzen in te doen.”
“Ik zal het boeltje even dichtdoen voor u.” Nu hij denkt dat ik blind ben, richt hij zich zonder schaamte rechtstreeks tot mijn benen. Zoveel brutaliteit had ik niet verwacht.
“Doe de rekening maar in de brievenbus.” Achterstevoren, met mijn vingers beschermend over mijn dijen gespreid, zoek ik mijn weg terug naar de voordeur terwijl ik hem kil probeer aan te kijken. Of de verbaasde blik waarmee hij me zwijgend nakijkt het gevolg is van mijn haastige evacueringsplan of van het feit dat ik kwaad naar zijn voorhoofd loop te staren, weet ik niet.

zaterdag 7 februari 2009

Het tankstation


Het is gebeurd. De vernedering der vernederingen. De pijnlijkste der falingen, de ridicuulste der mislukkingen. Ik ben geflopt op macho-territorium. Al eenentwintig jaar ben ik bedreven in het ontwijken van deze plaatsen des onheil. Tot op de dag van vandaag ben ik daar altijd in geslaagd. Maar iemand heeft beslist dat het niet kon blijven duren.

Natuurlijk, het is al een paar keer kantje boord geweest. Zoals die keer dat ik geen mannelijk gezelschap bij de hand had om een drankje te bestellen. Wat doet een mens dan. Zijn stoute schoenen aantrekken en zelf aan de toog gaan staan. En de onvermijdelijke macho die daar gestationeerd staat proberen overbluffen. Of in mijn geval tien minuten stijlvol wachten tot iemand me ziet staan zonder dat ik me moet verlagen tot half over de toog hangend mijn bestelling brullen. De toog kan ik nog aan. Het tankstation werd daarentegen mijn ondergang.

Al zolang ik me kan herinneren, vind ik tankstations de meest uitgesproken macho-gebieden ter wereld. Auto’s zijn sowieso een mannenzaak. Niemand die dat betwist. Maar het gaat verder dan dat. Mannen die hun auto staan vol te tanken zijn ronduit intimiderend. Als de auto de egoboost is, is de tankslang het fallussymbool. En zelfs al gaat het om een wrak van een auto, dan nog is het voltanken ervan het reinste machtsvertoon. Slangen en gaatjes, meer heeft een man niet nodig om zichzelf bevestigd te zien.

Logischerwijs zou het voltanken van een auto de perfecte mogelijkheid kunnen zijn om je als vrouw op dezelfde hoogte te plaatsen als de man. Maar dat is het niet. Een vrouw met een slang, dat klopt gewoon niet. Bijgevolg wordt een vrouw in een tankstation gescreend als een hoer op café. Eén foute beweging, en de hele macho-gemeenschap weet weer waar ze voor staat. Met hun slangen. En laat mij nu die foute beweging gemaakt hebben. Schoonheidfoutjes als de dop vergeten dichtdoen voor je wegrijdt zijn pijnlijk, maar jezelf onder de benzine spuiten betekent je ondergang. Druipend van het vocht ben ik afgedropen, zonder een druppel in mijn tank.

Bij deze staat het vast: ik zet nooit nog een voet op macho-terrein. Emancipatie kan me gestolen worden. Ik de strijk, hij de tank. Zo simpel is het. In afwachting kan ik beweren druipende seks met een stoere garagist te hebben gehad. Want benzine, dat stinkt.

dinsdag 16 december 2008

Soms

Soms,
soms lijkt het
alsof mijn hoofd uiteen zal spatten
als ik niet meteen een kus
op je lippen kan drukken.

Alsof het zonder niet langer
kan blijven bestaan.

Op zo’n momenten
ben ik leeg en vol tegelijk.
Leeg van mezelf en vol van jou.
Vol van jou en leeg vanbinnen
tot je lippen me opnieuw
vol leven blazen.

Dan ben ik weer vol
vol van mezelf
en vol van jou.

Maar als een kus niet lukt
omdat je niet bij me bent
weet ik al snel
dat niets is wat het lijkt.

Want mijn hoofd
heb ik nog steeds.