vrijdag 6 maart 2009

De mannen die de gas doen branden

Terwijl ik met slaapogen op mijn pantoffels sta te wankelen in de gure ochtendwind, tilt hij met veel omhaal het deksel omhoog. Onderweg naar mijn ongewassen gezicht en ongekamde haren blijven zijn ogen enkele seconden hangen bij mijn haastig in training gestoken benen. “We zullen er eens aan beginnen, juffrouw.”

“U studeert nog?”
Ik glimlach en knik, hou me voor dat het voor hem ook geen pretje moet zijn en vergeef hem het feit dat hij me om half acht uit mijn bed haalde om ons van mazout te komen voorzien.
“Ik zou ook graag studeren.” Hij trekt zijn rubberen handschoenen aan en draait de tank open. “Maar ja…” In stilte kijken we naar de enorme tankwagen, die begint te brommen. Het is te zeggen, hij kijkt. Ik probeer me te focussen. Mijn koalapyjama verwisselen voor een trainingsbroek en een trui leek me dringender dan lenzen indoen of op zoek gaan naar mijn bril. Bijgevolg ben ik half blind.
“En wat wilt u later gaan doen? Ik wilde altijd dokter worden. Mensen onderzoeken.” Of benen, klaarblijkelijk. Wanneer hij merkt dat ik hem in de gaten heb, kijkt hij snel de andere kant uit. Opnieuw kijken we in stilte naar de straat, waar het gevaarte geparkeerd staat.
“Hij is vol, kijk maar.” Ik aarzel. Ten eerste moet ik zowat op zijn schoot gaan zitten om in de tank te kunnen kijken. Ten tweede ben ik er zo goed als zeker van dat mijn bijziendheid me niet zal toelaten de inhoud van de tank te kunnen zien.
“Ik zal even opzij gaan.” Het is een begin. Op mijn pantoffels schuifel ik dichterbij en buig ik me voorzichtig voorover, me concentrerend op de hoek die mijn rug en mijn benen daarbij maken. Het laatste wat ik wil, is hem een panoramisch zicht op mijn kont bieden. Wanneer ik, balancerend op de toppen van mijn tenen om bovenvermelde hoek zo stomp mogelijk te houden, boven de opening van de tank hang, zie ik in eerste instantie helemaal niets. Subtiel beweeg ik mijn hoofd wat naar links en naar rechts. Nog steeds niets. Tenslotte knijp ik mijn ogen tot spleetjes, waardoor ik eindelijk iets zie dat op vloeistof lijkt.

“Oh, u ziet niet goed.” Ik schrik van zijn stem, die van veel dichterbij komt dan ik me had voorgesteld en ga snel terug gewoon staan.
“Nee, ik had de tijd niet om mijn lenzen in te doen.”
“Ik zal het boeltje even dichtdoen voor u.” Nu hij denkt dat ik blind ben, richt hij zich zonder schaamte rechtstreeks tot mijn benen. Zoveel brutaliteit had ik niet verwacht.
“Doe de rekening maar in de brievenbus.” Achterstevoren, met mijn vingers beschermend over mijn dijen gespreid, zoek ik mijn weg terug naar de voordeur terwijl ik hem kil probeer aan te kijken. Of de verbaasde blik waarmee hij me zwijgend nakijkt het gevolg is van mijn haastige evacueringsplan of van het feit dat ik kwaad naar zijn voorhoofd loop te staren, weet ik niet.

3 opmerkingen:

Nadia Norden zei

Dank je wel. Dit is weer Veerle♥ van de bovenste plank! Gelukkig gebeurt er niets, maar er was zoveel spanning als bij een kort verhaal van grootmeester F. BORDEWIJK.
Goede raad: Schakel beter om op aardas. ;p
Veel liefs, xxx
Nadia

Veerle zei

Dank u :) Ik zal mijn ouders proberen overtuigen!

Meloentje zei

Wauw, dat ik je inspireer vind ik een groot compliment, dankjewel!

Ik vind dat jij zeker wat met je schrijftalent moet doen, het is leuk, boeiend en je kunt je er in verplaatsen. In sommige dingen die ik van je lees herken ik mijzelf.
Echt waar!

Liefs,