maandag 28 mei 2012

Het avontuur in Disnepland

Allereerst, om een stortvloed aan commentaar te vermijden: dat is geen schrijffout. Ik dacht vroeger dat er Disnep stond. Om heel eerlijk te zijn: ik dacht dat er Gisnep stond. Met die rare gekrulde letters, ook. Dertien jaar lang heb ik gedacht dat ik een heel raar iemand was. Zo lang is het geleden dat ik voor het eerst met mijn ouders en broers naar Disneyland trok. Dat was het moment waarop ik toegaf dat ik het logo lichtjes anders interpreteerde dan de gemiddelde bezoeker. Ze hebben mij met zijn vieren vierkant uitgelachen. Gerrit stelde me gerust. Hij dacht vroeger ook dat er Disnep stond. En met ons 216 anderen. Dat van die omgekeerde G in het begin, daar sta ik nog steeds alleen in. Maar de conclusie luidt: ik ben niet raar, ik ben slim en kritisch. Andere kindjes staan er niet bij stil en lopen gillend Mickey achterna. Ik denk dan weer teveel na. Maar dat is een andere discussie.


Nu we het toch over Mickey hebben. Mijn liefde voor hem en zijn vriendjes is wat dubbel. Ik zou niet zo kort door de bocht gaan als een niet verder bij naam genoemde persoon die de hele dag "Mickey is een klootzak." liep te brommen, maar een paar kanttekeningen zijn toch op zijn plaats. Bijvoorbeeld: alles wat je moet betalen, hebben ze gepimpt met Mickey's kop en daarmee drie keer zo duur gemaakt. Paraplu's, boxershorts, portefeuilles, diademen met oren, hoeden met oren, snoep, stickers, sokken, kortom, alles. Sta je aan te schuiven voor een flesje water, dan hangt aan dat kraam popcorn in een houder... met oren. Zeg maar eens twaalf uur lang nee tegen een zeurende kleine.
Ten tweede: wat ze je ook wijsmaken, neem gerust liters water en zakken eten mee. Wij hadden alles mooi in de auto gelaten, maar in het park hebben we menig familie boterhammen, chips, koeken en water zien bovenhalen. Als een half litertje water 3 euro kost en het rond de 30 graden is, weet je waar je voor staat als je je eigen voorraad thuis laat. De kleinere eetgelegenheden sluiten trouwens al om 19u, voor de parade begint. Dat zeggen ze er helaas nergens bij, dus je kijkt lelijk op je neus en verliest behoorlijk wat tijd wanneer je na dat uur nog op zoek gaat naar eten. Maar aan al die dingen kan Mickey natuurlijk niet doen. Die danst tijdens de parade de ziel uit zijn lijf en houdt zich vast niet bezig met de dagelijkse beslommeringen.
En last but not least: ik ben best kwaad op Walt voor het belachelijke, romantische ideaal waar hij me mee heeft opgezadeld. En met mij ongetwijfeld vele andere meisjes. Geen vent die aan de disneyprinsen kan tippen. Misschien klasseer ik dat ideaalbeeld best verticaal en vat ik het het zo op: toen ik de Kleine Zeemeermin en haar prins tijdens de stoet toeriep dat ze mekaar moesten kussen, riep een anonieme mannelijke medetoeschouwer: "Ja! Tetten bloot!" Up yours, Walt.

Voor wie eraan twijfelt: we hadden wel degelijk een heel leuke dag. De warmte speelde ons wat parten, dus we hebben het wat trager aan gedaan en niet alle attracties kunnen doen, maar het was zeker de moeite.



Nog enkele tips: ga op tijd je fast pass halen bij de attracties die je zeker wilt doen. Het staat namelijk nergens vermeld, maar het aantal fast passes voor een dag is beperkt. Je kunt met je ingangsticket passes aanvragen bij bepaalde attracties, en dan mag je later terugkomen en het grootste deel van de wachtrij overslaan. Dat 'later' kan variëren van een uurtje later tot een halve dag later. En wanneer de ene pass nog loopt, kun je geen tweede aanvragen bij een andere attractie. Je vermogen tot logisch denken en plannen wordt dus uitgedaagd.
Ben je gewond, dan kun je enkel bij de first aid aan Central Plaza terecht. Daar krijg je een ijszak in ruil voor zowat al je persoonlijke gegevens. Dat weet ik voor één keer niet omdat ik lomp ben geweest, maar omdat een dag slenteren en aanschuiven net iets teveel was voor mijn knie. Tot slot: dit jaar bestaat Disneyland Parijs 20 jaar, en om dat te vieren, krijgt iedereen voor zijn verjaardag een gratis ticket. Je kunt een ticket aanvragen en krijgt het per mail opgestuurd. De enige voorwaarde is dat je binnen de 6 dagen na je verjaardag naar Gisnepland gaat. Kleine moeite voor een cadeau van zo'n 74 euro. Dank u, Mickey.

donderdag 24 mei 2012

Een hondenleven

Het fijnst aan verjaren vind ik het gevoel dat je opnieuw kunt beginnen. Ik ben niet zo'n fan van nieuwjaar, maar verjaren vind ik geweldig. Hallo, schoongewassen gevoel.

Ik kreeg al veel mooie wensen vandaag. Daar wordt een mens blij van. Op mijn beurt wil ik iets terug wensen. Aan ieder van jullie, uiteraard, maar eigenlijk vooral aan de honden. De honden? Hier gaat ze. Ja, hier ga ik.

Ik reed zonet door de zonnige straten van Waterloo, en zag een hondje over de stoep dwalen. Ik ben gestopt en naar hem toegegaan. Heb hem gevraagd of hij verdwaald was. Daar kreeg ik uiteraard geen antwoord op, maar het is sowieso een beetje raar dat een hond alleen over straat loopt. Gelukkig had hij een naamplaatje aan zijn halsband, dus belde ik het nummer. De gsm werd drie keer doorgegeven, tot ik uiteindelijk de eigenaar aan de lijn kreeg. Die meldde me doodleuk dat ik het beestje moest opdragen om naar huis te lopen. Dank u en tot ziens. Ik probeerde meermaals: "Maison!" De hond keek me vragend aan en bleef naast zijn boompje zitten. Ik had geen adres gekregen, dus ik kon hem niet tonen waar maison precies was. Met pijn in het hart heb ik hem naast de boom laten zitten.

Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. De vorige keer heb ik een hond een kilometer gedragen, omdat hij niet wilde volgen. Uiteindelijk vond ik iemand die de hond kende en wist dat de eigenaars er niet naar omkeken. De hond kende zijn weg, blijkbaar. Ik hem hem dan maar laten lopen. Arm ding.

Ik wens alle honden dus een goed baasje toe. Soms wil ik Jaro ook achter het behang plakken, maar ik zou hem niet kunnen missen. Als je dat wel kunt, zorg er dan tenminste voor dat dat beestje niet moet afzien. Want dat heeft hij echt niet verdiend.

dinsdag 22 mei 2012

Over dokters enzo

Jullie hebben al begrepen dat ik vaker dan gemiddeld in een dokterskabinet zit. Ik mag mezelf zo onderhand expert noemen. En ik heb een paar dingen opgemerkt die me toch even van het hart moeten.

Bijvoorbeeld. Wat is dat met praatgrage zorgverleners. Echt. Als ik drie watten en een zuigslang in mijn mond heb, kan ik niet vertellen over mijn job. "Iets in de communicatie? Nochtans niet zo communicatief he, juffrouw?" Zo grappig. Als ik met mijn hoofd door een gat in een tafel lig, met over dat gat een handdoek gespannen, kan ik ook niet vertellen hoe ik het precies klaargespeeld heb om mijn nek te blokkeren. Lukt niet. Tenzij ik hem nog meer om zeep help in een poging mijn hoofd uit dat gat te hijsen. Die dingen lijken ze niet te snappen. Grote tekortkoming van hun kant.

Ook: ik heb er geen behoefte aan om te weten hoe groot de naald is die ze zo meteen in mijn arm/been/knie/tandvlees gaan steken. En als het angstzweet op mijn voorhoofd staat, onthou ik echt niet welke huppeldepup klier, spier of bot het probleem is. Vertel me dat als het voorbij is, wanneer ik weet dat ik nog leef. Trekken zij zich niks van aan. Eens zij hun handen beginnen wassen, mag jij het aftrappen. Het ergst van al is als de ene dokter je begint uit te horen over de andere. "Dus wélke ingreep heeft dokter X toen gedaan? En hoe hoog was je hemoglobicituenzurenwaarde op dat moment?"

Ik heb mijn les geleerd. Bij elk doktersbezoek lees ik het verslag van de vorige keer na. Als ze dat niet gemaakt hebben, bel ik naar mijn mama. Die werkt in het ziekenhuis en onthoudt zo'n dingen. Mij gaan ze niet meer liggen hebben. Ik weet dat patella een ander woord is voor knieschijf, dat kraakbeen in het Frans cartilage is en welke injecties ik wanneer gekregen heb. Trots als een gieter ga ik naar binnen. Ik ga zitten en leg uit wat het probleem is, en wat het verband zou kunnen zijn met voorgaande ziektebeelden. En dan komt het: "En welke code is daarvoor doorgegeven aan het ziekenfonds?" Euh...

zondag 20 mei 2012

Laat je niet naaien

Ik wilde dus gaan naaien. De voorbije maanden heb ik zo'n 346 meter sjaal bij mekaar gebreid - of zo voelt het toch. Van alle kleuren wat. Bloemenbroches om die sjaals dicht te maken heb ik gehaakt, boorden heb ik geknoopt. Elke vroeg me om een muts te breien, maar daar wacht ik nog even mee. Die gaat ze de komende maanden niet nodig hebben, lijkt me. Tijd dus voor een nieuwe uitdaging. Het breien zal ik niet volledig links laten liggen - dat naaimachien meezeulen op de trein is immers niet zo praktisch.



De eerste stap was dus een naaimachine vinden. Tweeps raadden me aan een degelijk machien te kopen. Een Singer, al dan niet tweedehands. Maar zo'n ding kost behoorlijk wat geld. En ook al heeft degelijkheid zijn prijs, ik was niet volledig overtuigd. Ik ken namelijk mezelf; ik word dingen weleens snel beu. Dus trok ik naar de Ikea. Want sinds een paar maanden hebben ook zij een naaimachine in de aanbieding. Het arme ding ziet er veel te Fisher Price uit, maar dat stelt me eigenlijk wel gerust. Zo lijkt naaien kinderspel.


Omdat ik al wist wat ik precies wou gaan maken - een quilt zoals niemand er één heeft, eens wat anders dan de fleece dekentjes van de Ikea - had ik ook stof nodig. Laat ze dat in de Ikea ook hebben. In alle kleuren. Het was me alleen niet duidelijk hoe dat met de prijs zat. Die bedroeg 5 euro per meter, maar alle rollen waren dubbel geplooid. Kocht je dan al meteen 2 meter? Of hoe zat dat? Bleek dat je ze moest wegen ook. En dan een code scannen. De juiste code, welteverstaan. Niet valsspelen. Nicole niet voor Victoria houden. Hun stoffen hebben ze voor het gemak uitspreekbare vrouwennamen gegeven. Veerle zat er echter niet tussen. Misschien maar best.



Voor de geïnteresseerden: één meter afrollen is één meter betalen, ook al is die meter dubbel geplooid en heb je dus eigenlijk twee meter in handen. Also: iemand moet Vlaanderen recht leren knippen. Als ik een worm wil stikken, knip ik die zelf wel.

Omdat ik nu ook stof, mijn Fisher Price naaimachine en garen moet stockeren, werd het hoog tijd om een naai-en-breihoek in te richten. Kwestie van de muzen niet af te schrikken. Dit is het geworden:



Nu niet meteen gaan vragen hoe het met die quilt zit. Die komt er waarschijnlijk pas in de herfst. Want ik ben een vreselijke angsthaas. De komende weken zal het een wonder zijn als ik de handleiding durf aanraken.


dinsdag 17 april 2012

De man met de buil 17


De stilte voor de storm is angstaanjagend stil. Je kunt een vlieg horen zoemen. Iedereen blijft als versteend staan. Naar goede gewoonte is het Linda die de stilte verbreekt. Wanneer ze begint te gillen, gaan simultaan alle vrouwenkelen open. Dat effect lijkt ze wel vaker te hebben. Als ze handig gebruik zou maken van de gezaaide verwarring, zou dat geen probleem zijn. Ze laat zich echter nog meer opjutten, zodat er geen land met haar te bezeilen valt. Niet dat ze met die stelten zou kunnen zeilen. Laat staan lopen. Ik moet haar dan ook achter me aan sleuren, in de richting van de auto.

maandag 9 januari 2012

De man met de buil 16

Voor de voeten van moeder sportschoen ligt iets te blinken. Een revolver. Linda's revolver. Linda zelf komt met haar broek half over haar kont het hokje uit getrippeld. Dat komt ervan als je broek te strak is: dan floept er van alles uit. Na de revolver, die blijkbaar een ongelukkige uitschuiver maakte en zo buiten het hokje belandde, floept ook een fluoroze string bijna de vrije wereld in wanneer ze zich voorzichtig bukt op de revolver op te rapen.

Nog voor ze volledig rechtstaat, begint ze mijn richting uit te lopen, haar blik op de grond gericht. De schok waarmee ik haar onderdanige, kruiperige lichaamstaal herken, hypnotiseert me bijna. Het lijkt wel of ik naar mezelf kijk. Op exact die manier heb ik me drieëndertig jaar lang door het leven bewogen. In mijn geval trok niet een roze string de aandacht, maar een roze buil. Dat is bijna hetzelfde. Alleen is die buil op zijn minst honderd keer minder sexy.

Omdat ik geen tijd heb voor zelfmedelijden, raap ik mezelf bij mekaar en loop samen met Linda zo onopvallend mogelijk naar de auto. Als Benny nog steeds even gehaast is, geraken we hier zonder probleem weg. Dat is echter buiten moeder gerekend. Met een witte, plastic vuilbak als een schild voor zich uit stormt ze naar buiten.
"Ils ont un pistolet!"
Ik wist dat we in Wallonië waren, maar ben even in de war. Ik kan het Linda dan ook niet kwalijk nemen dat ze verbaasd naar haar handen kijkt. Pas wanneer de vrouw er, wild met de vuilbak zwaaiend, "Ils vont nous tuer!" aan toevoegt, begrijp ik hoe laat het is.

maandag 2 januari 2012

De man met de buil 15

Onder luid gezucht rijdt Benny de eerstvolgende picknickplaats op. Hij parkeert zich tussen een grijze Honda waarvan alle deuren open staan en een donkere monovolume. De eigenaars zitten te eten aan een betonnen tafel. Hun kleurige koelboxen en luid gelach staan in schril contrast met de ijzige stemming in onze wagen. Alsof Benny mijn gedachten gehoord heeft, snauwt hij Linda toe of ze nou nog gaat zeiken of niet.

Wat verderop biedt een gammel barakje beschutting aan zij die hun plas echt niet kunnen ophouden tot aan het volgende tankstation. Linda snelt er met een opgetrokken neus naartoe. Ik volg al slenterend. Even mijn nek strekken. Omdat Benny elke stap met argusogen volgt, volg ik Linda niet naar binnen. Voor de show draai ik mijn hoofd wat van links naar rechts. Zo kan Benny zien waarom ik ben uitgestapt. Want het is best raar dat ik Linda sta op te wachten aan de ingang van de wc, moet ook ik toegeven.

In het hokje naast dat waar Linda's maffe schoenen voor de pot staan, zie ik twee roze sportschoentjes maatje 32 rondjes draaien. Voor de deur vraagt de moeder of ze moet helpen. Aan het gewiebel van haar hakken te zien, kan Linda ook best wat hulp gebruiken. Ik onderdruk een lach en probeer me vooral niet voor te stellen hoe ze de aansluitende broek over haar volumineuze kont probeert te trekken. Net wanneer ik me half wil omdraaien zodat niemand ziet dat ik sta te grijnzen, trekt een gil mijn aandacht.

woensdag 28 december 2011

De man met de buil 14

Nu ik een volwaardig handlanger ben, mag ik mijn eisen stellen. Vind ik. Benny denkt daar echter anders over. Het duurde een kwartier eer ik en Linda hem ervan konden overtuigen om me de blinddoek te laten uitdoen. Nu broed ik op een plan om hem aan zijn verstand te brengen dat we onze vluchtauto moeten dumpen, willen we niet binnen het halfuur gesnapt worden. Helaas gaat denken niet zo makkelijk met je nek in een onnatuurlijke knik en je linkeroor tegen een autoplafond. Gelukkig komt Linda met een fantastisch afleidingsmanoeuvre op de proppen: “Ik moet plassen.”

woensdag 7 december 2011

De man met de buil 13

Benny’s gezicht staat opnieuw grimmig. Dat voel ik door de blinddoek heen. Hij heeft namelijk onder zijn eigen duiven geschoten. Niemand die bij dat besef blijft lachen.

Bij het uitstappen nam Linda mijn hand vast: “Hierlangs, mannetje.” Haar stem klonk mierzoet. Ze leidde me ergens naar binnen en zette me voorzichtig neer op een stoel, waarna ze mijn hand bleef staan vasthouden. 

Nu staan zij en Benny nijdig te fezelen in wat ik me voorstel als een donkere gang met vochtplekken op de muren. Handlanger drie is nergens meer te bespeuren. Ik hoor hem althans niet. Het fezelen daarentegen wordt steeds luider.

“Excuseer,” kuch ik me een weg naar de aandacht. “Ik heb misschien een oplossing.”
Benny stoot een smalende lach uit.
“En wat denk je dan dat het probleem is, ventje?”
Ik richt mijn hoofd in de richting van waar het geluid komt en hoop dat het niet een raamkozijn is dat ik smalend aankijk.
“Waar zal ik beginnen? Jullie en jullie auto staan duidelijk herkenbaar op de bewakingscamera’s, Linda staat intussen gesignaleerd als gewapende crimineel en de GSM in mijn broekzak zendt traceerbare signalen uit. Mijn vrouw staat die gegevens op dit eigenste moment waarschijnlijk op te vragen bij de politie, want ik moest al minstens een uur thuis zijn met de aardappelen. Ze heeft er een hekel aan als ik te laat ben.”

Opnieuw heb ik geen idee waar dat vandaan kwam, maar ik weet één ding: in deze historie weiger ik het lijdend voorwerp te zijn. Mijn strategie werkt wonderwel. Vloekend als een ketter grijpt Benny me bij mijn kraag. Onderweg naar de auto raken mijn voeten amper de grond.

zaterdag 3 december 2011

De man met de buil 12


De wereld klinkt vreemd met een blinddoek om. Plots is alles luider en scherper. Ik hoor de banden over het asfalt rollen, de verwarming tikken en Linda nagelbijten. De richtingaanwijzer lijdt aan grootheidswaanzin, en Benny moet zo te horen dringend zijn neus snuiten.

woensdag 30 november 2011

De man met de buil 11


Wanneer ik wakker word, ligt mijn hoofd op Linda’s schouder en drukt de riem van de babystoel in mijn lies. Panty Benny kijkt me nors aan door de achteruitkijkspiegel. Hij heeft de panty nog niet lang geleden uitgedaan; de afdruk van de elastiek is nog te zien in zijn nek. Vreemd genoeg komt het niet in me op dat Linda en Benny misschien een koppel zijn. Dat zal pas later tot me doordringen, wanneer hij zijn arm rond haar middel zal slaan en haar ‘mijn meissie’ zal noemen. Op dit moment ben ik er nog van overtuigd dat hij me kwaad aankijkt omdat ik Linda’s schouder een beetje ondergekwijld heb.

Ik vraag me af hoe lang ik hier gelegen heb. We zijn in ieder geval een heel eind buiten de stad. We rijden over een trieste steenweg.
“Waar gaan we heen?” vraag ik richting achteruitkijkspiegel. De bloemenkrans begint te trillen van verontwaardiging.
“Gaat je niet aan.” En dan, op dezelfde snauwende toon, “Linda, blinddoek die malloot.”
Mijn buil begint te jeuken. Dit is geen leuke wending. Ik waande me een handlanger, maar blijk niet meer dan een ordinaire gegijzelde. Hoe lang zou het duren voor mijn vrouw beseft dat ik vanavond niet thuiskom met de aardappelen?

woensdag 21 september 2011

De man met de buil 10

Grootse dingen gebeuren meestal wanneer je even niet kijkt. Het ene moment sta je omhoog te staren naar een afgrijselijk, afbladderend kruisbeeld en het volgende blijk je getrouwd. Of sta je tomaten te keuren en eindig je in een kinderstoel met een wapen op je schoot. Niemand die dat ziet aankomen. Geluk zit in een klein straathoekje.